Bjorn is hier geweest met vrienden

Bij een tekst op een lantaarnpaal


1 reactie

Afbraak

De brokstukken liggen er nog.
Je zou er mee kunnen puzzelen, de fragmenten minutieus aan elkaar lijmen, maar de stevigheid die er eens was, zou inzakken, als een betonnen pudding die nergens meer houvast aan biedt. Het gras vleit zich eromheen. Roofdieren vinden hun weg in donkere, kleine holen die onder de brokken zijn ontstaan.
Eens stonden hier mensen. Als vijandige soldaten in een rij. Ze scandeerden. Droegen spandoeken. Mensen zoals jij en ik, maar die zich lieten leiden door angst. Zo werden zij de roofdieren, verscholen in de brokken van een beschermende omgeving, wijsgemaakt dat dit alles was wat ze kenden, wat ze maar hoefden te kennen. Nieuwsberichten schoven ze ver van zich af. Dat was te ver om zich mee bezig te houden. Maar toen kwam het dichterbij en dichter, nog dichter op hun huizen en ze lieten het er niet bij zitten. Als ze oorlog wilden, konden ze het krijgen, de andere oorlog had er niets mee te maken. Zij hoefden niet te vluchten, zij stapten naar voren, hun lijven gespannen van wilskracht: er kwam niets van in. Het mocht niet baten. Politiebussen stonden er tot midden in de nacht.
Toch werden ruiten ingegooid, de gaten leken op sterren in een heelal die een vuist maakten naar de rest van de wereld, maar vuisten verslapten, deuren werden goed in het slot gedraaid en lichten markeerden de voordeur.
Ik heb er leren fietsen, het gras leek zo groen hier. Ik ben voorbereid op het vuurwerk dat het nieuwe jaar moest inluiden. Toch voelde het niet helemaal ongevaarlijk, maar ik hoefde niets meer te vrezen. Hier werden wij beschermd.
Samen met mijn vrienden die ik hier ook heb leren kennen, speelden we op het gras. Verstoppertje, tikkertje. We hoefden niet te schuilen. Het kwaad tekenden we van ons af. De tekeningen werden op de ramen geplakt, vlaggetjes versierden oude muren. Het was er klein, het was er veilig. Ik heb er twee jaar gewoond. Dat was de afspraak.
Ik kijk naar de brokken, de stukken steen lijken op de brokstukken in mijn land dat ik niet kan lijmen. Ik heb niet gekozen voor het land waar ik geboren ben, ik heb niet gekozen voor oorlog. Ik had Bjorn kunnen heten. Mijn vrienden ook.

Soli

Foto: Jo Hendriks


Een reactie plaatsen

Creditcard en e-mail

Dat is ook wat, Bjorn kon niet meer bij zijn mail. Toen hij wilde inloggen, had hij ineens ouderlijk toezicht nodig. Zijn geboortedatum bleek 31 december 2011, de opstart van dit blog, en dat is te jong voor een eigen e-mailadres, vond de mailprovider die kinderen als Bjorn wil beschermen. Er kan wel van alles op zo’n mail binnen komen. Stel dat hij op dubieuze sites terecht kwam of koopziek zou worden met de creditcard van zijn ouders. En er zijn overigens nog meer reële gevaren waar je als ouder niet aan wilt denken: vrienden, bijvoorbeeld.

D. wilde in eerste instantie wel als Bjorns moeder fungeren, maar dan moest ze als ouderlijk bewijs 0,50 eurocent overmaken met haar creditcard, die ze niet had. Ze probeerde het zonder creditcard. Ze liet haar identiteit en telefoonnummer achter om achter de schermen te raken, maar het bleef te ingewikkeld voor Bjorn, daar zijn geboortedatum muurvast in het systeem zat geklonken.

What the F*?, vroeg hij aan J., de vinder van de lantaarnpaal: Ik ben nu zeven? Dat strookt ook niet met de werkelijkheid! Als ik veertien was in die tijd, ben ik nu ruimschoots volwassen!
Maar volwassen of niet, Bjorn heeft ook geen creditcard.
D. verloor haar geduld, ze had wel wat beters te doen dan Bjorn een alibi verstrekken. Je zoekt het maar uit, zei ze. Eens wordt je achttien! Maar dat bleek gemakkelijk gezegd, want de mailprovider zou Bjorns adres in 2019 verwijderen met alle kopij-mail erbij. Dan was hij nog lang geen 18!
Er zat dus niks anders op: Bjorn heeft een nieuw e-mailadres. Gelukkig is zijn geboortedatum onzichtbaar: Stel dat zijn vrienden erachter komen dat hij nu 57 is!

bjornishiergeweestmetvrienden@outlook.com

 


Een reactie plaatsen

Middelvinger met gevolgen

Je zit met je vriend in de stadsbus van school naar huis, je fietsband is lek, en je ziet door het raam twee politieagenten op de mountainbike. Je steekt je middelvinger op, trekt een vrolijk gezicht, vergezeld van een big smile. Grappig bedoeld en best een stoer grapje, vind je. Maar een van de agenten is dat niet met je eens en zet met de ander de achtervolging in.
Wow, denk je nog, die kan hard fietsen, respect. Maar dan stopt de bus bij de halte en de agenten plukken je uit de bus. Eerst probeer je nog iets van: die vinger was echt niet voor jullie bestemd. Dan geef je je ongeloofwaardigheid toe. Misschien helpt het en laten ze je gaan. Je vriend is mee uitgestapt en maakt zich kwaad omdat hij het onrechtvaardig vindt dat jouw middelvinger vrij ernstig wordt genomen, hij wordt weggeduwd, maar jij blijft rustig als ze je sommeren dat je mee moet naar het bureau. Toch ben je niet van plan om dit zomaar op te volgen. Je zag er geen kwaad in en dat zeg je ook. En omdat je dus echt niet naar het bureau wilt en je je in de discussie niet laat overtuigen van de ernst van de zaak, word je in de handboeien geslagen. Zo zit je, even later bij twee andere politieagenten in de auto naar het politiebureau. Je moet verhoord. Dat duurt uren.
Natuurlijk heb je al een paar keer je excuus aangeboden, maar ze laten je niet gaan. Je krijgt te horen dat je recht hebt op een advocaat, maar dat je die zelf moet betalen. Je wilt je ouders ook niet bij het verhoor, want dan maken ze zich maar druk en je schaamt je al kapot over je domme actie. Zo zit je alleen in een kleine ruimte terwijl je verklaring wordt opgenomen en die je later zal moeten ondertekenen.
Je moeder zit intussen op de harde bank van de koude wachtruimte die op een aquarium lijkt met al dat glas.
Ze denkt aan jou, terwijl ze zich probeert voor te stellen hoe jij je voelt terwijl je opgesloten zit. Ze is kwaad en verdrietig, jij stomkop: hoe heb je dit in vredesnaam in je hoofd kunnen halen? Maar ze heeft ook met je te doen. Laat dit een les zijn, denkt ze herhaaldelijk.
Uiteraard ziet ze de ernst van de vinger in, in een maatschappij waarin het respect meer en meer op een laag pitje staat, maar ze had niet verwacht dat hier ook een officier van justitie bij gehaald zou worden. Toch zal dat gebeuren.
Omdat je zestien bent en dit je eerste vergrijp is, kom je er misschien vanaf met een niet al te malse boete of moet je je melden bij bureau Halt voor een taakstraf. Het blijft dus niet bij een strenge waarschuwing.
De agent die de vinger toebedeeld kreeg, verzekert dat dit geen gevolgen heeft voor studie of werk en dat hij je verder ook niet meer scheef zal aankijken.
De wachttijd duurt nog eens bijna twee uur. Zonder uitsluitsel. De straf moet nog besloten worden in samenspraak met de officier van justitie.
Je bent bleek en je probeert je situatie te verbloemen met een flauwe grijns als je vrij wordt gelaten. Je huisarrest neem je gelaten, er zit niks anders op.
Je praat nooit zoveel, maar de adrenaline heeft een opgewonden spraakwaterval teweeg gebracht. Samen met je vriend, die op je heeft gewacht en je andere vrienden op WhatsApp, probeer je de situatie te analyseren. Zo wordt het bijna toch een vet verhaal. Maar als je weer thuis bent, doe je de deur van je kamer op slot. Je slaapt niet best. De dag erna blijf je in bed, geen zin om je verhaal voor je vrienden in een stoer jasje te steken.
Beledigen van een ambtenaar in functie, je had er geen stom idee van.

bjorn-is-hier-geweest-met-vrienden_middelvinger


Een reactie plaatsen

Bjorn op zolder: Ties Krijger

Nooit gedacht dat ik die geur nog eens zou ruiken. En toch rook ik hem, die zoete, weeïge lucht die me had overvallen toen ik zijn woning betrad. Op dat moment stond ik bij de brievenbus om een machtiging op de post te doen. Ik had die in het postkantoor willen afgeven, omdat ik daar toch moest zijn om mijn ov-kaart op te laden. Maar ik was het vergeten. Vandaar dat ik naar de dichtstbijzijnde brievenbus was gelopen. Ik had het niet eens in de gaten, associeerde die plek niet met dé plek. De lucht bracht me terug en ik keek omhoog naar halfopen gordijnen. Nieuwe bewoner(s), de geur allang verdwenen. Hoe kan het dan dat die zich zo aan mij opdrong alsof hij daar nog hing? En toen zag ik die vreselijke tekst op de paal. Ik heb je ervan verteld. Hij weet niet wie die tekst geschreven heeft, zegt hij. Krop in mijn keel. Nu weer. Sorry, het is de spanning.

Nee, ik weet niet echt hoe het met hem gaat. Ik moet erover praten, vind je? Wij moeten erover praten, met zijn allen? Ik weet niet of ik daar zo’n zin in heb. Hij doet wat hij wil.
Heb jij het zien aankomen? Ik probeer begrip te hebben voor de situatie die er is ontstaan, maar ik begrijp niet hoe hij zolang over heeft kunnen zwijgen over zijn verschrikkelijke leven. Het ondermijnde vertrouwen is de crux in dit verhaal.
Ik had wel een vermoeden dat het er een puinhoop zou zijn, vandaar dat hij ook alleen nog maar bij ons kwam. Zijn voordeur bleef gesloten, wanneer je ook op zijn stoep stond. Maar de laatste keer kwam hij niet opdagen. Ik denk dat het een half jaar geleden is dat ik hem zag.
Hij zag er niet goed uit, ik was geschokt door zijn uiterlijk. De alcohol maakte hem bijna onherkenbaar. Ik heb hem gevraagd of hij hulp nodig had, maar hij ontkende dat er iets met hem aan de hand was. Hij zat op zijn aimabele praatstoel en ik wilde hem graag met mijn ogen dicht geloven.

Ik had overigens van hem gedroomd, heb ik dat nog niet verteld? Ik was beneden, bij de Toko. Er was een uitslaande brand in zijn woning. De brandweer bracht zijn ingepakte lijk via het balkon naar buiten. Ik voelde me verslagen, triest. We hadden meer voor hem moeten doen. Nu was het te laat. Misschien kon ik nog iets van hem redden, een herinnering, maar ook om zelf in ogenschouw te nemen dat hij er echt niet meer was. Tja. En verdomd, hij deed zelf de deur open. Niks aan de hand. Hij zag er goed uit, jaren jonger, tegengesteld, dus verheugd om mijn komst. Ik heb gezwegen over de brand en zijn dood. Ik ging op de grond zitten. Hij zat in een gemakkelijke zetel. Veel lage boekenkasten.
Dat was een week daarvóór.

Bjorn had gezegd dat hij zijn voordeur gewoon achter zich dicht had willen trekken. Nee, dat zei hij niet tegen mij, maar aan Té. Die belde mij. Dat was één dag voor hij zijn huis uit moest.
Bjorn wist het toen al tien dagen, had het pas die laatste middag verteld omdat hij wat spullen bij Té wilde opslaan.
Té heeft na aandringen bij het deurwaarderskantoor nog twee dagen extra gekregen, zodat wij in actie konden komen. Hij heeft ook zijn voet in de deuropening gezet, Bjorn wilde ons niet binnenlaten. Dan hadden we geen respect meer voor hem, zei hij. Té vroeg of hij respect voor ons had? We wilden hem helpen om zijn schuld gelijk te houden. Bij een gerechtelijke ontruiming kwam er een behoorlijk bedrag bovenop, kon hij levenslang gaan afbetalen. Uiteindelijk gaf Bjorn toe. Achter hem die enorme geur die ons verstikte, die ook niet uit de open ramen vertrok, en waar we uiteindelijk aan wenden.
De gang was dichtbebouwd met bierblikken, rijen dik, aan weerskanten. Bjorn had er torens van gebouwd, keurig netjes op elkaar; beklemd tussen vloer en plafond. De loop in het midden, een stoeptegel breed.
We zijn begonnen met die blikken, legio blikken. Ze kwamen overal vandaan. De keuken en de slaapkamers volgestouwd. Uit de kasten rolde een platgedrukte berg.
De verwarming deed het niet. Bjorn had geen gas, geen warm water. Niet vanwege afsluiting, zoals we eerst dachten, maar vanwege een versleten combiketel, zelfs niemand binnen gelaten voor onderhoud.
Hij heeft zich alles ontzegd…
We hebben zijn meubels naar het stort gebracht, overal zat de schimmel in en die dikke lucht. Zijn bed bestond uit stukjes schuim. De zitbank ook, nadat hij daarop is gaan slapen.
Ap is weggegaan. Hij heeft arachnofobie; er waren nog meer spinnen dan die blikken bij elkaar. Een reptielenhuis was er blij mee geweest.
Bjorn is twee keer komen kijken, daarna zat hij weer bij jou thuis. Ja, heel opgewekt, zeg je. Blij dat hij van die rotplek af was? Het dringt nog steeds niet tot hem door dat hij niets meer heeft.
Hij heeft nu hulp. Zijn huisarts wilde niks weten van die zooi en schulden, maar hij zag dat de situatie ernstig genoeg was om wel de verslavingszorg in te schakelen. Had hij al eens gedaan, zei hij, maar toen is Bjorn voor het eerste gesprek niet komen opdagen.
Hij heeft inmiddels twee gesprekken gehad; willen dat hij eerst zijn leven weer oppakt. Uitkering aanvragen, kamer zoeken en schuldhulpverlening. Dan pas twee weken opname om van zijn verslaving af te komen. Ik snap dat wel, maar zo verandert er niet veel. Voor hem ligt alles in de toekomst. Zodra die dichterbij komt, schuift hij het weer naar voren.

Hij wil me graag van dienst zijn, zegt hij, maar als ik daadwerkelijk iets vraag, is hij zijn medicatie vergeten, moet hij brieven schrijven of heeft hij pijn in zijn rug. Hij woont in zijn verleden, op zolder. En wil daar ook een uitgeverij beginnen, in kruiswoordraadsels. Of spreuken maken, waar mensen iets aan hebben. Misschien moest er nog iets achter die tekst op de lantaarnpaal geschreven worden? Blijf erover nadenken.
Ik voel me schuldig. Hij had eerder geholpen moeten worden, maar hebben we wel gezien wat hij niet heeft willen laten zien? Achteraf is het ook niet gemakkelijker praten. Zou jij een vriend op straat zetten? Nee? Wil jij hem hebben?

 

Met dank aan Ties Krijger, via mail.

Foto: Jo Hendriks

Foto: Jo Hendriks


Een reactie plaatsen

Vragen: Soli

Ja, hij is hier geweest. Dat zal ik niet ontkennen. Die vrienden van hem ook. Maar hielden zich achteraf. Ik heb haar opgesloten. Met die staalblauwe ogen van hem voorzag ik problemen. Ik begrijp niet waarom u daar na jaren nog om komt vragen. Vanwege die lantaarnpaal voor de deur? Als ik er iets mee te maken had, had ik die tekst toch eraf geschuurd? Hij is ook bij de buren geweest, heeft u daar ook gevraagd?
U wilt haar spreken? Dat zal niet gaan. Ze is er niet. Bovendien heeft ze hem niet gezien. Bij de buren hetzelfde, alle dochters zijn achter slot en grendel gezet. We hadden geen trek in een uittocht van dochters.
Heeft u zelf dochters? Dan weet u dat ze bewaakt moeten worden als het hoogste goed. Zeker voor flierefluiters als Bjorn en zijn vrienden. Ik zou zeggen, spoor die vrienden op in plaats van ons lastig te vallen. Het kan me niet schelen waar hij is, zolang hij maar niet hier is.
U vindt het raar dat ook alle dochters uit deze straat weg zijn? Ik vind dat niet raar. U bent beroepshalve geïnteresseerd in die jongens, maar garandeert u ook de veiligheid van onze dochters? Nee? U hebt vast nog iets beters te doen. Mag ik u dan nu verzoeken om weg te gaan?
Wij geven geen antwoorden en ook met een huiszoekingsbevel zult u niets aantreffen. U denkt toch niet dat u hier sporen zult vinden? Wie zegt dat u geen bondgenoot bent van Bjorn? Ook bij de politie zitten die blauwogige grijpgraaiers. Voordat je het weet zijn onze dochters spreekwoordelijk geboeid en zitten ze voor de rest van hun leven vast. Die gedachte maakt mij angstig. Ik heb er alles aan gedaan om dat te voorkomen. U komt nergens achter met uw zogenaamde slimmigheidjes.
Die Bjorn dacht ook dat hij slim was, slimmer dan zijn domme vrienden. Maar u ziet wel waar hem dat gebracht heeft. Of waar het u gebracht heeft. Neem die lantaarnpaal maar mee naar het bureau.
Nee, ik roep geen vragen op. Vraagt u zich maar eens af waarom u die paal niet meeneemt. Omdat hij telkens weer aangroeit, daarom.

 
  2015 Dianne Soli

Foto: Jo Hendriks

Foto: Jo Hendriks


Een reactie plaatsen

Bjorn: Warket

Gesneeuwd.
Bjorn leest twee weken gratis een krant. Daarna gaat hij te voet naar een park.
Hij doet graag iets gewoon op een ongewone manier. Hij begint eraan.
Inktpot is op stenen vloer aan diggelen gegaan. Zwarte vlek zonder woorden op de grond.
Een spontane vloek. Ochtendmist zonder mist.
Hij fietst een paard, eenden, zwanen, een weg. Hij heeft vier kippen gekocht en wil er alles
over weten. Zo weet hij nu dat een kip vogelachtig is en een ei legt uit voortplantingsdrang.
Zouden we geen ezel adopteren?
Nee, twee geiten misschien wel.
Net voor ik vertrek geeft Bjorn mij zijn tweede ei cadeau.
Daarna begint de tocht. Een voetspoor op die verdomde lantaarnpaal.

Warket Jeke

Met dank!

Foto: Jo Hendriks


Klik hier om te weten waar dit over gaat en hoe het allemaal begon…

 


Een reactie plaatsen

Bjorn is hier geweest: Wicky Steevensz

‘Ik wil een andere naam’, zei Vincent tegen zijn moeder, die wortels sneed voor de stamppot.
‘En ik heb trouwens geen trek in hutspot’, vervolgde hij, terwijl hij een extra ruk aan de veter van zijn voetbalschoen gaf.
Anne draaide zich om en keek hem aan: Lees verder